Energie is allang niet meer alleen een economische of klimaatgerelateerde kwestie. In tijden van oorlog, handelsspanningen en kwetsbare aanvoerketens wordt energie steeds vaker onderdeel van internationale machtspolitiek. Dat maakt een energiebeleid in Europa urgenter dan ooit. Hoe kan Europa energieonafhankelijker worden, en welke rol spelen windenergie, elektrificatie en energiezekerheid daarin?
Louise van Schaik, Programme Lead Critical Resources bij Clingendael, houdt zich dagelijks bezig met deze vragen. “Ik coördineer inhoudelijk het onderzoek over critical resources. Dus dat gaat over energie, voedsel, water, critical materials en klimaatverandering”. Daarnaast zit zij in de Raad voor Energie en in de Commissie Europese Integratie van de Adviesraad Internationale Vraagstukken.
“Je zou kunnen zeggen dat ik me kortweg bezighoud met EU- en internationale vraagstukken omtrent kritieke grondstoffen. En dan vooral de geopolitieke en veiligheidsdimensie”, zegt Louise. Volgens haar is de aandacht voor dit onderwerp sterk gegroeid. “We zien vanuit Clingendael al toenemende aandacht voor internationale veiligheidsvraagstukken, weerbaarheid en geopolitiek, vanuit zowel het bedrijfsleven als de overheid. Die kritieke grondstoffen en energie zijn vaak onderdeel van die veiligheidsvraagstukken”.
Energie als veiligheidsvraagstuk
Louise ziet dat energievoorziening steeds directer raakt aan defensie en veiligheid. “We zijn nu best wel veel bezig met de relatie tussen energievoorziening en defensie”. Dat gaat bijvoorbeeld over het energieverbruik van defensie, maar ook over de kwetsbaarheid van energieinfrastructuur. “Energie en aanvoerketens worden steeds meer een aanvalsdoel in oorlogen. Dat zien we met de Oekraïners die de Russische raffinaderijen aanvallen. Maar dat zien we ook in de Golfregio en Iran, waar de doorvoer van olie en gas wordt opgehouden. Ook productielocaties worden gebombardeerd en aangevallen”.
Daarmee verandert de betekenis van het energiebeleid. Het gaat niet alleen om verduurzaming of betaalbaarheid, maar ook om bescherming tegen druk van buitenaf. Tegelijkertijd ziet Louise ook kansen. “Hoe kan defensie, en de grote investeringen die daar nu naartoe gaan, bijdragen aan de energietransitie en de innovatieopgave die er nog ligt? Dat is bijvoorbeeld een onderwerp waar we nu veel mee bezig zijn”.
Afhankelijkheden als kwetsbaarheden
Volgens Louise is energieonafhankelijkheid belangrijk omdat internationale afhankelijkheden steeds vaker als machtsmiddel worden ingezet. “Je ziet dat in een wereld waar toenemende spanningen zijn tussen grootmachten, afhankelijkheden ook kwetsbaarheden zijn geworden. En ook dus tegen je kunnen worden gebruikt als wapen. Jaren hoorden we uit de energiesector dat afhankelijkheid van Rusland een wederzijdse afhankelijkheid was. En ook de continenten dichter bij elkaar kon brengen. We hebben gezien dat dat tegenviel”.
Terugkeren naar Russisch gas is volgens haar geen optie. “We willen ook liever niet terug naar het Russische gas, want we willen die oorlog in Oekraïne niet meefinancieren”. Het energiebeleid raakt daarmee direct aan buitenlands beleid. “Het is heel duidelijk verweven met het buitenlandbeleid en uiteindelijk ook met het opkomen voor onze waarden en het overeind houden van onze positie in de wereld en ons concurrentievermogen”.
Ook de afhankelijkheid van de Verenigde Staten vraagt aandacht. “We hebben ook nog steeds de grote afhankelijkheid van de Verenigde Staten”. Als politieke spanningen oplopen, wil Europa voorkomen dat energie opnieuw als drukmiddel wordt gebruikt. Louise noemt LNG als voorbeeld. “Trump heeft Europa al één keer gedreigd om de gunstige toegang tot LNG te verliezen”.
Windenergie als strategische keuze
Voor Nederland komt windenergie nadrukkelijk in beeld als onderdeel van de oplossing. Zeker omdat de gaswinning in Groningen is gestopt. “Omdat we onze gasbel gesloten hebben, wordt toch wel een beetje gekeken naar de Noordzee, naar wind op zee als de oplossing”. Windenergie is daarmee niet alleen duurzaam, maar ook strategisch belangrijk. Energie die op de Noordzee wordt opgewekt, maakt Nederland en Europa minder afhankelijk van onzekere leveranciers. Toch is wind op zee alleen niet voldoende. “Je moet niet alleen focussen op die windopwek op zee, maar ook ervoor zorgen dat die energie die wordt opgewekt optimaal kan worden benut op land”.
Ook wind op land blijft volgens Louise relevant, al ligt dat in Nederland gevoelig. “Wind op land, in Nederland is het gewoon niet zo groot. Maar daar is misschien ook nog wel iets meer mogelijk”. In Duitsland ziet zij dat lokale betrokkenheid kan helpen. “Als je kijkt naar Duitsland, heb je veel meer van die energiecoöperaties met windenergie. Waardoor er ook meer steun is bij de lokale bevolking”.
In Nederland is die steun minder vanzelfsprekend. “Er zijn toch wel echt veel lokale politieke partijen die juist tegen windenergie campagne voeren”. Dat maakt draagvlak volgens Louise een belangrijk onderdeel van de energietransitie.
Elektrificatie en waterstof
Om energieonafhankelijker te worden, is meer duurzame opwek nodig. Maar dat is niet genoeg. Het energiesysteem moet die energie ook kunnen verwerken, opslaan en inzetten waar die nodig is. “Ik denk dat dat te maken heeft met zowel de energiemix, de energie die je gebruikt en opwekt, maar ook met de energiesystemen die je hebt”. Daar zitten grote uitdagingen. Elektriciteit is lastig op te slaan, terwijl zon en wind wisselend beschikbaar zijn. Tegelijkertijd is nog lang niet al het energieverbruik elektrisch. “Elektrificatie gaat heel hard, maar er is ook nog heel veel energieverbruik dat nog niet elektrisch is”.
Waterstof kan daarin een belangrijke schakel worden. “Daar kan waterstof mogelijk een grote rol in spelen. Door de elektriciteit die je met windenergie toch relatief op grote schaal en goedkoop kunt opwekken, om te zetten in waterstof”. Die waterstof kan vervolgens worden gebruikt in productieprocessen waar moleculen nodig blijven.
Toch vraagt dit om flinke investeringen in infrastructuur. Nederland heeft nu al last van netcongestie, terwijl juist meer robuustheid nodig is. “We zitten nu zelfs met netcongestie, terwijl we eigenlijk naar een situatie van redundantie toe zouden willen”.

Vergunningverlening als knelpunt
Volgens Louise is de energietransitie niet alleen een technische uitdaging. Er zijn monteurs, ingenieurs en materialen nodig, maar vooral bestuurlijke slagkracht. “Het is vooral ook een vraagstuk van bestuurskundigen en juristen, een vraagstuk om de vergunningverlening”. De eerste stap is daarom helder. “Ik denk toch het kijken naar de wet- en regelgeving en waar blokkades kunnen worden weggehaald voor die vergunningverlening”. Ook moeten overheden voldoende capaciteit vrijmaken. “Het heeft gewoon meer politieke prioriteit nodig, vertaald in bestuurlijke capaciteit”. Soms vraagt dat om stevigere centrale regie. “En ook wel durf vanuit het centrale niveau om soms de lokale overheden te overrulen”.
Louise ziet dat processen nu vaak langzaam verlopen. Denk aan vergunningen voor transformatiestations, vertraging rond waterstofinfrastructuur of het uitkopen van bewoners bij Moerdijk. “Het gaat gewoon allemaal best wel traag en stroperig”. Dat staat in contrast met de snelheid waarmee LNG-infrastructuur werd gebouwd. “We hebben wel heel snel van die LNG-terminals kunnen bouwen met noodprocedures. Dat is natuurlijk een gekke situatie”.
Nieuwe politieke ruimte
Toch ziet Louise ook positieve signalen. Er is volgens haar opnieuw aandacht voor windenergie, onder meer door Contracts for Difference, internationale afspraken over wind op de Noordzee en financiële middelen die beschikbaar worden gemaakt. “Ik heb het idee dat deze regering er wel een stuk beter op zal doorpakken”. Die nieuwe aandacht is nodig, want de ontwikkeling van windenergie heeft vertraging opgelopen. “Onder het vorige kabinet zijn ze gelukkig niet helemaal gestopt met windenergie, maar het had ook niet een gigantisch hoge prioriteit. Daardoor heb je gewoon twee jaar een beetje stilstand gehad en een mislukte tender”.
Als Nederland en Europa wel doorpakken, levert dat volgens Louise niet alleen meer veiligheid op. Het is ook economisch verstandig. Landen die eerder hebben ingezet op zon en wind zijn minder afhankelijk van gasprijzen. “Er zijn een aantal landen die gewoon echt lagere elektriciteitsprijzen hebben, die ook minder afhankelijk zijn van de gasprijs”. Daarbij blijft geld vaker binnen Europa. “Het is ook gewoon economisch slim. Je geeft je geld in eigen land uit en niet aan geïmporteerde goederen uit het buitenland”.
Europese regels en industriebeleid
Een sterker energiebeleid in Europa vraagt ook om Europese regels en industriebeleid. Louise noemt onder meer emissiehandel, CBAM en methaanregulering als instrumenten om de energietransitie aan te jagen. Die maatregelen staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van een breder beleid. Volgens Louise gaat het om het bredere palet aan Europees industriebeleid en innovatiebeleid dat de EU helpt om meer op eigen benen te komen te staan en strategisch autonomer te worden.
Voor windenergie zijn daarbij specifieke vragen belangrijk. “Specifiek voor windenergie is het vraagstuk van hoe ga je om met Made in Europe, circulariteit en cybersecurity in relatie tot windenergie”. Europa moet dus niet alleen windparken bouwen, maar ook nadenken over waar onderdelen vandaan komen, hoe materialen opnieuw worden gebruikt en hoe installaties digitaal veilig blijven.
Cybersecurity en kwetsbare ketens
Cybersecurity is volgens Louise een belangrijk aandachtspunt. De energietransitie maakt het energiesysteem schoner, maar ook digitaler. Dat roept nieuwe vragen op. “De weerstand tegen de energietransitie, waar wind en zon een superprominent onderdeel van uitmaken, zit hem ook voor een deel in het idee dat elektriciteitsnetwerken kwetsbaar zijn voor cyberattacks”. Volgens Louise is dat een legitiem punt van zorg. Tegelijkertijd moeten we die kwetsbaarheden eerlijk vergelijken met fossiele energie. “Is het niet zo dat fossiele aanvoerketens ook kwetsbaarheden hebben? Ze zijn steeds meer onderdeel van en aanvalsdoel van oorlogsvoering”.
De duurzame energiesector moet niet doen alsof er geen risico’s zijn. Ze moet laten zien hoe risico’s worden beperkt. “Je moet die verschillende kwetsbaarheden tegen elkaar afwegen. Je moet nadenken over maatregelen die je kunt nemen om die kwetsbaarheden te mitigeren”.
Een weerbaar energiesysteem
Een toekomstbestendig energiesysteem vraagt volgens Louise om meer lokale opwek, decentrale netwerken en redundantie. “Meer lokaal opgewekte energie. En ook een energiesysteem waarbij je een soort hoofdgrid hebt, hoofdinfrastructuur, netwerk, maar ook daaraan gekoppeld decentrale netwerken”. Als ergens een stroomstoring ontstaat, moet een deel van het systeem kunnen worden losgekoppeld. “Zodat je niet meteen je hele land plat hebt liggen”. Daarnaast is het belangrijk om na te denken over prioriteiten bij storingen. “Ook wel nadenken over triage met betrekking tot welke activiteiten en sectoren misschien voorrang hebben”. Ziekenhuizen staan daarbij vanzelfsprekend bovenaan. Andere functies kunnen mogelijk later worden opgestart. “Dat je misschien de datacenters eventjes nog een dagje laat wachten”.
Goede communicatie is volgens Louise essentieel. De sector moet uitleggen welke risico’s bestaan en welke maatregelen worden genomen. Dat is belangrijk, omdat de energietransitie altijd weerstand oproept. “Als je een verandering doet of een transitie, dan heb je sowieso inherent weerstand”. Daar komt negatieve framing bovenop. “Dat windturbines lawaai maken, vogelgehaktmachines zijn, niet mooi zijn op de Noordzee, het uitzicht verpesten”. Juist daarom moet de sector duidelijk maken wat windenergie oplevert. “Je wil juist een beeld schetsen dat dit inderdaad de manier is om onze kwetsbaarheden te verkleinen”.
Werk aan een Europees energiebeleid
Het energiebeleid in Europa draait niet alleen om klimaatdoelen. Het gaat ook om veiligheid, strategische autonomie, betaalbaarheid en economische weerbaarheid. Windenergie speelt daarin een sleutelrol, maar vraagt om meer dan alleen turbines op zee. Er zijn snellere vergunningen, sterke netwerken, waterstofinfrastructuur, Europese ketens en aandacht voor cybersecurity nodig.
Volgens Louise is dit hét moment om daarover in gesprek te gaan. “Ik denk dat er zeker weer een nieuw momentum is voor een grote opgang van windenergie. Vanuit geopolitiek perspectief en vanuit de energiecrisis die er nu is”. Wil jij meer weten over de rol van windenergie in het energiebeleid van Europa? Kom dan op 11 juni naar WindDay in de Jaarbeurs. “Het lijkt me het goede moment om weer andere mensen te spreken, de nieuwe trends te horen. De discussie over Made in Europe is denk ik heel actueel. En mensen hebben duidelijk weer zin om in te zetten op windenergie”. Wil je meer weten over het programma? Vraag dan de brochure aan!

